Categoriearchief: Uncategorized

Jarig

Brazilianen laten een kans om een feestje te vieren niet voorbijgaan. Zo vierde de naburige stad Ouro Preto vorige week zijn verjaardag en vandaag verjaart Mariana. Dat wil zeggen dat op zo’n dag alle instanties en veel winkels geheel of minstens gedeeltelijk gesloten zijn. Dat ik nog steeds een dagelijkse klant van een internetcafé ben en nog niet thuis kan internetten is mede daaraan te danken of te wijten – het is maar vanuit welke kant je het bekijkt. Ik ben al een keer bij de telefoonmaatschappij mijn beklag gaan doen dat de beloofde maximaal zeven dagen er al tien waren gaan worden. Toen bleek dat die verjaardag van Ouro Preto – waar het kantoor van de maatschappij staat – er ook nog afging.
Gisteren stond ik klaar om me nóg een keer te gaan beklagen toen de bel ging. Twee monteurs voor de telefoonaansluiting. Ze legden een stopcontact aan, maar vertelden erbij dat er nog een probleem in de centrale was en dat ik aan het eind van de middag nog eens bezoek kreeg en dat ik dan zou kunnen bellen. Mooi niet, dus. En omdat die monteurs vast in Mariana wonen, hoef ik ook vandaag niet op ze te rekenen. Dat schiet dus voor geen meter op. Maar ja, ik wist het al: zulke toezeggingen van leveranciers zijn zo zacht als boter. Ze zijn kennelijk niet bedoeld als echte toezeggingen, maar als een minder directe manier om te zeggen: wacht u maar rustig af.
Vorig jaar maakte diezelfde maatschappij mij lekker door nog op de dag van de aanvraag mijn telefoon aan te sluiten; dat was kennelijk een heel grote uitzondering. En mede dankzij die stedelijke verjaardagen ben ik nog niet jarig …

Mariana en Ouro Preto waren sowieso al in feesttooi. Op twee pleinen in mijn stad staan podia opgesteld, omdat vorige week het jaarlijkse ‘Festival de Inverno (Winterfestival) de Ouro Preto e Mariana’ is begonnen. Het thema is dit jaar ‘Aleijadinho, Talentos e Mitos do Brasil’. Aleijadinho, ‘de kleine kreupele’, was een wereldberoemd geworden kunstenaar uit de tijd van de Braziliaanse barok. Misschien kan ik beter zeggen dat hij zo ongeveer de vader van die barok was. Als architect en beeldhouwer heeft hij in een toch niet zo lang leven een alleszins indrukwekkend oeuvre nagelaten in de steden en stadjes waar in zijn tijd door het goud dat hier in grote hoeveelheden werd gedolven een enorme rijkdom deels werd omgezet in een overvloed aan rijk versierde kerken en andere imposante bouwwerken. Aleijadinho leed aan lepra en daardoor raakte hij de macht over zijn ledematen steeds verder kwijt. De geschiedenis verhaalt dat hij aan het eind van zijn leven door helpers beitels aan zijn verminkte armen liet binden, zodat hij kon doorwerken aan de beelden die nu nog van hem te bewonderen zijn in Congonhas do Campo. Als je in Google zoekt op Aleijadinho en Congonhas moet je zonder moeite de nodige foto’s met zijn beelden kunnen vinden. En zoek je in Google Earth op ‘Congonhas do Campo’, dan krijg je gegarandeerd ook een hoop cameraatjes in beeld die je naar mooie foto’s leiden.

Ook Mariana heeft het nodige van Aleijadinho te bieden, zoals de kerk van São Francisco en een aantal beelden in het museum voor gewijde kunst. In Ouro Preto is nog veel meer van hem te zien, dus het is geen wonder dat Aleijadinho min of meer centraal staat in ons winterfestival. Al moet ik er meteen bij zeggen dat de organisatoren met de programmering laten zien dat ze heel ruimdenkend zijn: soms lijkt de band tussen een activiteit en het thema wat dun, al maakt de toevoeging ‘talenten en mythen van Brazilië’ het thema natuurlijk meteen weer veel ruimer.
Ik herinner me dat ik in 1997 mijn eerste Braziliaanse winterfestival meemaakte, toevallig in Congonhas do Campo. Toen stonden we met honderden mensen ‘s avonds in een zomerse warmte te genieten van plaatselijke musici die in een toen net gerestaureerde vroegere opvang voor bedevaartsgangers (de Romaria, vast ook via Google te vinden) hun kunsten vertoonden. Gisterenavond heb ik in Mariana een tijdje naar een zanger/gitarist staan luisteren, die in zijn introductie refereerde aan een temperatuur van bijna nul graden. Zó koud zal het op de thermometer niet zijn geweest, maar de gevoelstemperatuur kwam er aardig in de buurt. Ook wat dat betreft zijn we hier dus nog niet jarig.

Grote vergissing

Een grote vergissing heb ik begaan toen ik dacht met één trui naar Brazilië te kunnen afreizen. Van mijn fleece truien stopte ik er twee in de verhuisdozen, één ging in mijn koffer, de andere gaf ik weg. En nu zit ik hier af en toe behoorlijk kou te lijden. Het is op dit moment tegen tweeën ´s middags, de zon schijnt volop en ik dacht dat ik wel in een T-shirtje in de hangmat kon gaan lezen. Maar al snel stond ik weer met beide voeten op de grond om die ene trui aan te doen. Gisteren ging ik eveneens in T-shirt ´s middags op stap en dat ging heel redelijk. Maar toen ik bij Augusto binnenstapte, keek hij naar mijn kleding en vroeg: heb je het niet koud? Hij wees op een stoel, waarop hij een colbertje én een overjas klaar had liggen voor als hij de deur uit moest. En een andere bezoeker wees naar zijn tas, met een blik van ´daar zit ook iets warms in´. Mijn trui zat in de was en ´s avonds hing hij nog te drogen, zodat ik maar vroeg mijn bed in ben gedoken met een boek. ´t Is winter hier, en dat zullen we voelen ook. Wat een verschil met een jaar geleden, toen ik hier in hetzelfde jaargetijde was en overdag zelden of nooit meer nodig had dan een shirt. Hoezo opwarming? Ik heb een shirt meegenomen van Milieudefensie met daarop een stralende zon en de vraag: volgend jaar nóg een graadje warmer? Graag!

Die twee andere truien gaan binnenkort scheep. Ik kreeg per e-mail bericht dat mijn spullen ´medio 11 juli 2008´ per boot vertrekken en dat ze naar verwachting ´medio 25 juli 2008´ in Rio de Janeiro zullen arriveren. Medio? Ik denk dat daarmee niet precies om twaalf uur ´s middags is bedoeld, maar ´omstreeks´. Al bijna twee weken ben ik bezig (en het heeft me op zijn minst al vier volle dagen gekost) om daarvoor een vracht documenten klaar te maken. Behalve een inventarislijst (niet te summier en niet te gedetailleerd) moet ik ook kopieën leveren van alle pagina´s uit mijn paspoort, vijf formulieren, bewijzen dat ik hier woon (huurcontract, maar omdat ik dat nog niet heb: recente kwitanties van huur en energie) en het ticket dat bewijst wanneer ik hier ben geland – en dat alles in drievoud. Ondanks een uitgebreide Engelse toelichting is toch niet altijd duidelijk wat ik precies moet invullen. En de e-mails die ik daarover stuurde worden wel omgaand beantwoord, maar – het lijkt wel een Nederlandse instantie – men leest niet goed en vergeet een deel van de vragen te beantwoorden. Dat is extra lastig als je thuis nog geen internet hebt.
Als ik alle documenten klaar heb, moet ik ermee naar een soort deurwaarderskantoor, waar alle stukken in drievoud worden geverifieerd en van stempels en handtekeningen worden voorzien. Pas dáárna mag ik alles op de post doen. Het mag duidelijk zijn dat ik mijn dagen hier voorlopig nauwelijks in ledigheid doorbreng.

Tijd voor heimwee is er dan ook niet. Aanleiding ook niet, overigens. Ik ben hier nu nog niet eens drie weken, maar bij het wakker worden, een paar dagen geleden, had ik het gevoel dat ik alweer minstens een maand hier woon. Alles voelt vertrouwd aan, ik ben weer helemaal thuis, in mijn huis, in Mariana, in Brazilië. En terwijl ik vorig jaar mijn appartementje inrichtte met het idee: misschien is het maar voor een half jaar, nu weet ik dat de spullen die ik aanschaf lange tijd mee moeten gaan. Ik ben hier om hier te blijven. Wat dat betreft hadden Ans en Dick, die mij op Schiphol uitzwaaiden, het helemaal bij het goede eind toen ze me foto´s van dat afscheid stuurden met de boodschap: ´Besef wel dat dit de laatste foto’s zijn dat jij ingezetene bent van Nederland´.
(Ik ben er nog niet achter hoe ik foto´s bij dit blog kan plaatsen. Zodra ik dat weet en zodra ik thuis kan internetten, voeg ik enkele foto´s toe.)

Spanning

Eer-eergisterenavond herinnerde ik me een verblijf op een camping in Griekenland. Ik wilde me er wassen aan een wastafel in de openlucht, maar toen ik de kraan vasthield en mijn andere hand in de waterstraal stak, voelde ik duidelijk een tinteling die me op de gedachte bracht dat de zaak onder stroom stond. In mijn badkamer hier in Mariana had ik gisteren een vergelijkbaar gevoel, zij het dat de tinteling minder sterk was. Bij een andere kraan had ik dezelfde ervaring. Als je weet hoe de elektrisch verwarmde douchekoppen er hier uitzien en hoe er met elektriciteitskabels wordt gegoocheld, kun je je goed voorstellen dat ik de zaak niet vertrouwde. Vanochtend toch maar onder de douche gegaan en daar voelde ik weinig ‘nattigheid’.
Ik moest voor mijn definitieve permanente verblijfsvergunning naar Belo Horizonte, ruim honderd kilometer hier vandaan. Groot was mijn verbazing toen ik bij het handenwassen op het toilet bij de Polícia Federal opnieuw de tinteling voelde. Het leek me niet aannemelijk dat daar de boel ook onder stroom stond, zodat ik me opgelucht voelde.
Terug in Mariana waste ik mijn handen opnieuw, nu in het toilet op het kantoor van vriend Augusto. En waarachtig: daar was die tinteling er ook weer. Toen ik Augusto deelgenoot maakte van mijn verrassende ervaring legde hij me uit dat al bij een heel klein wondje aan een vinger het water dat hier uit de kraan komt voor dat gevoel kan zorgen. Nooit van gehoord, maar ik was blij met deze verklaring. En een mens blijkt dus alweer nooit te oud om te leren.

Die lange reis naar BH (bé aagá), zoals de Brazilianen de stad noemen, moest ik gisteren nog eens maken. Ik had gedacht dat ik meteen een voorlopig visum mee zou krijgen, maar zo werkt het niet. Ik werd weliswaar vriendelijk te woord gestaan, maar ik kreeg twee formulieren mee, één waarop ik weer allerlei gegevens moet invullen die ik al eerder prijsgaf en één waarop allerlei stukken waren aangestreept die ik moest komen overleggen. Omdat ik een registratienummer nodig heb om mijn verhuisvracht het land in te krijgen en dat nummer pas wordt afgegeven als ik een voorlopige verblijfsvergunning heb, heb ik er haast mee. Zo houdt Brazilië mij bezig en zo heb ik de laatste dagen nauwelijks in mijn hangmat gelegen. Maar de reis van vandaag was niet voor niets: ik heb nu nóg een volumineus stempel in mijn paspoort, ik heb een losse strook met mijn pasfoto en basisgegevens en binnenkort – zo is mij beloofd – krijg ik per post een echt identiteitsbewijs op creditkaartformaat. Ik voel me met de dag meer en meer Braziliaan.

Wat overigens even voor verwarring zorgde, was dat ik bij nationaliteit had ingevuld: holandês, en bij geboorteland: Paises Baixos (Lage Landen), zoals de officiële naam hier luidt. De Brazilinaen leggen niet meteen het gewenste verband en dat zorgde ervoor dat ik duidelijk dat verband moest uitleggen voordat de laatste hindernis werd genomen. Maar toen nam de ambtenaar dan ook afscheid met een ´abraço´, de Braziliaanse virtuele omhelzing.

Gelui(den)

Iedere ochtend word ik hier al voor dag en dauw wakker van het hese gekraai van een haan, die de dag te vroeg wil laten beginnen en die soortgenoten wakker maakt. Vaak is er ook wel een hond die probeert of anderen op hem willen reageren. Er woont hier in de buurt een keffertje dat in zijn eentje een enorm kabaal weet te maken en vervolgens door grotere blaffers de les krijgt gelezen.

Op zondagochtend luidt om kwart voor acht een klok van de Nossa Senhora do Rosário, de Onze Lieve Vrouwe van de Rozenkrans, de kerk die het dichtst bij mijn huis staat. Het is een vreemde klok, met een ietwat blikken geluid. Vast geen bronzen kerkklok, maar die kerk is dan ook gebouwd door en voor slaven die vast niet veel te makken hadden. Het gelui heeft er meer van dat iemand met een hamer op een stalen klok slaat; erg wel-luidend is het dus niet. Maar het doel wordt gediend, want ik word er in ieder geval wakker van.
Van buiten en van binnen ziet de kerk er betrekkelijk simpel uit, wat hem een speciale charme geeft. En hoe simpel ook: het is voor Mariana een gezichtbepalende kerk doordat hij hoog tegen een helling ligt en daardoor al van verre uit bijna alle richtingen is te herkennen.

Mocht ik na het gelui weer zijn ingeslapen, dan word ik om tien voor negen opnieuw gewekt door de stoomfluit van de oude Skoda-locomotief van de Maria Fumaça, de trein die op vrijdag, zaterdag en zondag tweemaal van Mariana naar Ouro Preto tuft en zwoegt en die uiteraard ook tweemaal terugkomt. De machinist laat met dat eerste signaal weten dat hij om negen uur vertrekt en het begin van de reis gaat gepaard met een enthousiast gebruik van de stoomfluit. Vanaf mijn veranda zie ik alleen een rookpluim, maar dank zij de fluit kan ik hem korte tijd volgen.
Maria Fumaça is de naam van alle historische treinen die hier en daar door Brazilië crossen; fumaça betekent rook en waar dat Maria vandaan komt – ik zou het niet weten. We verkeren hier in de gelukkige omstandigheid dat we twee spoorlijnen in de buurt hebben; er rijdt ook een prachtig antiek stoomtreintje van São João del Rey naar Tiradentes, op 165 kilometer van Mariana (hier is dat dichtbij). Dat treintje is kleiner en lichter, het hoeft dan ook niet zo sterk te klimmen als de Maria Fumaça van Mariana. Het locomotiefje is meer versierd dan de onze, een beetje zoals we ze kennen uit Wild-West films. Ik moet soms aan Once Upon A Time In The West denken als ik het locomotiefje zie.
Zo blijf ik bij de tijd op vrijdag, zaterdag en zondag. Om negen uur vertrekt Maria Fumaça fluitend en blazend voor haar eerste rit, die een uur duurt. Daarna rust ze in Ouro Preto een uur uit en na nog een uur, om twaalf uur, meldt ze zich weer in Mariana. Hetzelfde ritueel herhaalt zich om twee uur ´s middags, zodat om vijf uur Maria Fumaça voor de tweede keer Mariana binnenrijdt. De locomotief hijgt dan nog een tijdje uit en wordt naar haar rustplaats gereden, waar ze doordeweeks onderhanden wordt genomen door de liefhebbers die voor haar zorgen.
De bus van Mariana naar Ouro Preto doet er maar een minuut of veertig over en vervoert je voor een fractie van de prijs. Maar die rit met Maria Fumaça is wel veel en veel interessanter. Je rijdt door een vrijwel verlaten kloof, voor een groot deel langs een zo steile rotswand dat je langs de rails naar beneden kunt kijken en je hebt soms uitzicht op goudzoekers in een riviertje en op een hoge waterval. Een rit om niet snel te vergeten.

Afscheid nemen

Daar liep ik door Utrecht, aan het einde van de ochtend van 16 juni, met een lege broekzak. Bij de notaris had ik de sleutels van mijn huis overgedragen aan de nieuwe eigenaar en ineens realiseerde ik mij dat ik voor het eerst sedert bijna negentien jaar als bezoeker door de stad liep en dat ik daar geen dak meer boven mijn hoofd had, geen eigen plek om naar toe te gaan. Op dat moment had ik voor het eerst echt het gevoel dat ik afscheid aan het nemen was.
Dat gevoel kwam terug toen ik mijn vrienden Guido en Bernice uitzwaaide en het was het sterkst toen ik op de ochtend van 19 juni afscheid nam op Schiphol. Ik probeerde me te realiseren hoe het moest zijn voor degenen die mij wegbrachten; ík had het vooruitzicht ruim een halve dag later in mijn thuis in Mariana te arriveren, maar de wegbrengers zagen mij uit hun gezichtsveld verdwijnen zonder zich een voorstelling te kunnen maken van de wereld waar ik naar toe ging. Opnieuw voelde ik me op zijn minst een beetje schuldig, zoals dat in de voorafgaande weken al een paar maal het geval was geweest als vrienden en familieleden mij lieten merken moeite te hebben met mijn vertrek.
In het vliegtuig vroeg ik me af hoe het eigenlijk voelde, deze reis. Het leek wel veel op een ‘gewone’ vakantiereis, maar ik wist natuurlijk ook drommels goed dat het anders was, heel definitief, de afsluiting van een groot deel van mijn leven en het begin van een nieuw deel. Dat het toch niet in volle omvang zó op mij overkwam, zal wel voor een belangrijk deel zijn veroorzaakt door het feit dat ik hier in Mariana al een half jaar woonde en dat ik daardoor sterk het gevoel had naar huis te gaan.
Nu ik hier ben en me al weer heel aardig thuis voel, houdt de vraag me bezig of het gevoel van een echt afscheid zal komen. Misschien ontwikkelt zich dat langzaam. En misschien komt het wel nooit. Ten slotte ben ik vast van plan over een jaar vakantie te houden in Nederland.
Nu kijk ik uit naar het moment dat ik thuis weer over telefoon en internet kan beschikken, zodat ik degenen die mij in Nederland dierbaar zijn weer vrij gemakkelijk zal kunnen bereiken. Ik zei het al eerder: emigreren is minder ingrijpend dan het twintig, dertig jaar geleden was, toen we geen internet hadden en veel moeite moesten doen om naar de andere kant van de wereld te bellen.

Excuses aan velen

Van veel vrienden en familieleden heb ik persoonlijk afscheid kunnen nemen voordat ik als emigrant Nederland verliet. Maar helaas niet van iedereen. Bij sommigen bleef het bij een telefoontje, anderen moesten het stellen met een e-mail of hoorden helemaal niets meer van mij. Mijn goede bedoelingen bleken weer eens volstrekt onvoldoende en in de planning van de voorbereidingen voor mijn verhuizing liet ik ook de nodige steken vallen, zodat er te weinig tijd overbleef om rustig afscheid te nemen. Duizend excuses daarvoor! Ik weet: het valt al niet meer goed te maken …

Bedankt, KPN Planet Internet

Eindelijk, daar ben ik weer. Zoals sommigen al weten bakte KPN Planet Internet mij een heel lelijke poets. Ik vroeg mijn telefoon- en internetaansluitingen op 16 juni, de datum waarop ik mijn huis in Utrecht zou overdragen aan de nieuwe eigenaar, af te sluiten. Op 2 juni bleek ik niet meer bij mijn e-mailaccount van Planet te kunnen en op de ochtend van 3 juni bleek mijn toegang tot internet geheel te zijn afgesloten. Meteen vroeg ik de fout ongedaan te maken en dat werd mij toegezegd, driemaal zelfs in de daarop volgende dagen, maar een week later bleek dat ik al helemaal uit het systeem van KPN Planet was gegooid en dat herstel twee weken zou duren, zodat het geen zin meer had.

Ik las begin juni bij toeval dat KPN Planet al enige tijd aan de top van de klachtenlijst bij Kassa stond, maar dat was voor mij zelfs geen schrale troost. Voor het meest noodzakelijke internetverkeer zocht ik een paar maal mijn toevlucht in de Utrechtse gemeentebibliotheek, maar dat ik even niet aan dit blog toekwam, dat wordt me hopelijk vergeven.

Mijn laatste dagen op Nederlandse bodem logeerde ik bij mijn vrienden Guido en Bernice in Hei- en Boeicop; daar kon ik gelukkig wel weer e-mailen, maar ik had er ook veel tijd nodig om er de laatste dozen uit te zoeken om het volume van mijn bagage terug te brengen tot twee grote koffers. De laatste dagen in de Dadelstraat hielp ook mijn nicht Arian me op even onvolprezen wijze als een jaar geleden, zodat mijn huis op de dag voor de overdracht geheel leeg en schoon was. Zonder de hulp van Arian, Bernice en Guido was het me opnieuw niet gelukt op tijd en compleet gepakt en gezakt door mijn vriend Aad op Schiphol te worden afgeleverd, waar Ans en Dick uit Krommenie om vijf uur klaar stonden om me naar de paspoortcontrole te begeleiden, waar we echt roerend afscheid van elkaar namen.

De reis via Lissabon naar Belo Horizonte (BH, zoals de Brazilianen de stad kortweg noemen) verliep vrijwel vlekkeloos, zodat ik om kwart vóór vier ’s middags (kwart vóór negen ’s avonds bij jullie) in Brasil voet aan wal zette. Om zes uur haalde ik op het busstation van BH de bus naar Mariana en ’s avonds om ongeveer half negen was ik thuis in een ietwat leeg ogend huis. Ik was vergeten iets eet- en drinkbaars te kopen, zodat ik het even moest stellen met een glas water uit het waterfilter.

De volgende ochtend bracht ik meteen een bezoekje aan de buurtsuper, drie of vier huizen verder en na verschillende inkopen heb ik nu voldoende leeftocht in huis om aangenaam te overleven.

Inmiddels heb ik de kennismaking met mijn hangmat vernieuwd en ettelijke keren herbevestigd, zodat we het weer goed met elkaar kunnen vinden. ’s Nachts is het veel te koud om op de veranda te slapen; de winter is hier ingetreden op het moment dat het bij jullie zomer werd en Daniele, die ik al tweemaal heb ontmoet, heeft een dikke trui aan. Iedereen memoreert hier dat het koud is, maar voor mij is het overdag uitstekend; ik schat dat het ’s middags zeker wel 25 graden is. Vanochtend om 11 uur lag ik met een boek in de hangmat, met wijds uitzicht op een vrijwel geheel blauwe lucht, waarin de eerste pipa’s of papagaio’s verschenen, de vliegers die hier heel populair zijn en waarvan ik er ’s avonds vanaf mijn veranda gemakkelijk zes of zeven tegelijk kan zien dansen en buitelen.

Op het moment dat ik dit schrijf, is het hoog tijd voor een lunch. Ook vandaag daal ik daarvoor af naar het centrum van Mariana. Als er op zondagmiddag een LAN-house of internetcafé open is, plaats ik meteen dit bericht. En anders wordt het maandagochtend. Até logo, tot binnenkort.

Reageren!

Verschillende bezoekers lieten me weten dat het hen niet lukte een reactie te plaatsen. Het moet niet zo moeilijk zijn: klik op de knop ‘(zoveel) reacties’ onder het bericht. Dan kom je in een scherm waar je rechts boven een venster ziet om je reactie in te typen. Vervolgens moet je een lettercombinatie intypen (om spammers te weren) en als je geen Google-account hebt, klik je op de knop Anoniem. Daarna moet je je bericht kunnen versturen. Succes!

Blog of blok

Zo’n blog kan leuk zijn als er met regelmaat iets nieuws op is te lezen en vooral als dat dan ook nog iets belangwekkends is. Maar in mijn huidige drukke en roerige omstandigheden is dit blog eerder een beetje een blok aan mijn been. Ik wíl er wel iets op schrijven dat jullie kan boeien, niets liever eigenlijk, maar er zit te veel in mijn hoofd om er eens rustig voor te gaan zitten. Om jullie, trouwe bezoekers, niet de indruk te geven dat ik er alweer mee ben opgehouden, even een beknopt bericht, op zijn minst om jullie te groeten.
Maar er is ook voor mij zeer belangrijk nieuws te melden: op de dag na mijn 72ste verjaardag mocht ik op het Consulado-Geral do Brasil in Rotterdam mijn paspoort in ontvangst nemen dat ik er twee dagen eerder had ingeleverd. Met daarin het zo fel door mij begeerde Visto Permanente, het visum waarvan de geldigheid Indeterminado is, onbeperkt, en dat mij het recht geeft op Multiplas entradas, het meervoudig binnenkomen van Brazilië. Het visum is gedateerd op die verjaardag, mooier kon het niet. De heer Gonçalves, die mij in de ellendige gang door de Nederlandse instituties af en toe bemoedigde, zei bij de overhandiging: gaat u maar fijn van uw leven genieten! Hij kan er op rekenen dat ik alles op alles ga zetten om zijn en mijn wens in vervulling te laten gaan.
Het opruimen van mijn huis lijkt eindeloos te duren, maar op 12 juni komt de verhuizer en op 13 juni haalt de Utrechtse reinigingsdienst het laatste grofvuil van mij op in de Dadelstraat. Op 19 juni vlieg ik ’s ochtends om half zeven via Lissabon naar Belo Horizonte. Die nieuwe, in februari gestarte, verbinding van de Portugese luchtvaartmaatschappij TAP is vast en zeker voor mij en voor degenen die mij komen opzoeken bedoeld. Als de overstap in Lissabon goed verloopt, ben ik tegen het einde van de middag al op mijn bestemming. Mensen, mensen, wat een heerlijk vooruitzicht!

Dubben en dromen

Natuurlijk wist ik het wel, maar deze dagen wordt het me toch nog eens extra ingepeperd: emigreren gaat niet van een leien dakje en soms van au. De vorige week pleegde ik een aantal telefoontjes over een ziektekostenverzekering en het overbruggen van de tijd tot ik dat in Brasil zal hebben geregeld. Mijn Nederlandse verzekering blijkt meteen op te houden op het moment dat de gemeente me uit de bevolkingsadministratie licht en dat gebeurt als ik op 19 juni naar Brasil vlieg. Er bestaan speciale verzekeringen voor mensen die om welke reden dan ook in het buitenland gaan wonen, maar de vriendelijke jongeman die me daarover informeerde viel stil toen ik hem antwoord gaf op de vraag naar mijn leeftijd. Als je de 65 bent gepasseerd, kom je niet meer in aanmerking voor zo’n verzekering. Het is duidelijk: op mijn leeftijd hoor je niet meer zulke grote stappen te zetten. Gewoon thuis blijven, dat is wat er van je wordt verwacht. Blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Ik zoek toch nog even verder.

Net als vorig jaar zit ik weer veel te dubben: moet ik dit boek nu eigenlijk wel meenemen? Misschien is het wel leuk het weer eens te kunnen doorbladeren, maar straks, als ik er niet meer ben, dan heeft geen mens daar in Brasil iets aan een Nederlands boek. En als je al die dingen ziet die je in kasten en laden tegenkomt, vraag je je af: waarom heb ik dat allemaal bewáárd? Ik neem me voor in Mariana geen gewoonte te maken van bewaren. Het afval – of het nu klein- of grof- of groenafval is – wordt daar elke werkdag opgehaald; ik hoef het alleen maar in een plastic tasje aan een van de spijlen van het hek te hangen.

Soms word ik moe van al die beslommeringen en ‘s nachts halen ze me regelmatig uit mijn slaap. Daar staat natuurlijk tegenover dat ik weet waarvoor ik het doe, dat ik het mezelf aandoe en dat het niet de eerste zure appel is waar ik doorheen moet. Maar van tijd tot tijd lijkt het me een heerlijk idee als ik ‘s avonds in slaap zou kunnen vallen, om de volgende ochtend in mijn hangmat in Mariana wakker te worden van het kraaien van een haan. Het zou in ieder geval een mooie droom zijn.