In memoriam: Moacyr Scliar (1937–2011)

Tijdens een wandeling door het centrum van São Paulo, jaren geleden, toen ik hier nog niet woonde, viel mijn oog op een doos met boeken op de stoep voor een boekhandel. “Um real”, één real per boek, stond op een kaartje en zo’n uitnodiging laat ik, als ik geen haast heb, niet voorbijgaan. Het waren vooral een heleboel heel kleine boekjes van de hier zeer bekende Ediouro Publicações, een uitgeverij die van veel grote schrijvers, ook klassieken, ook uit andere landen, bekend werk opnieuw uitgeeft. Er was een bundeltje Contos, verhalen, bij van Moacyr Scliar, een Braziliaan van wie ik nog nooit had gehoord. Het bleken veelal prachtige en zeer gevarieerde verhalen te zijn en de schrijver leek mij een meesterverteller. Hilarisch was een wat langer verhaal waarin Scliar op ontvangsten, recepties en dergelijke andere schrijvers tegen het lijf liep en – als mijn geheugen me niet bedriegt – vriendelijk op de hak nam. Enige tijd later zag ik in een boekwinkel een ander boekje van Moacyr Scliar, met de titel Max e os Felinos, Max en de pelsdieren/katachtigen. Het bleek opnieuw een bewijs van het feit dat de schrijver, tevens medicus, een meesterverteller mag worden genoemd. Het boekje begint in Hamburg, waar Max tussen de bontjassen in de bontwinkel van zijn vader de liefde bedrijft met een wat oudere vrouw. Het is in de tijd van de opkomst van de nazi’s en later blijkt die vrouw door de nazi’s te worden achtervolgd en ik meen me te herinneren dat zij de oorlog niet wist te overleven. De jonge Max, uit een joodse familie, kan beter emigreren, vindt zijn moeder. En met kostbaarheden die hij te gelde kan maken stapt Max op een boot naar Brazilië. Er blijkt ook een circus aan boord te zijn. Niet heel lang voordat de andere wereld zal worden bereikt, lijdt de boot schipbreuk en Max komt als enige overlevende terecht in een reddingboot, samen met een tijger of panter uit de circusboedel. Max weet het kat-en-muisspel met het pelsdier te winnen en uiteindelijk spoelt hij aan op een Braziliaans strand. Hij vindt in zijn nieuwe vaderland de weg, studeert, krijgt een baan, maakt carrière. Na vele jaren woont hij in het zuiden van Brazilië in een huis waarvan de tuin wordt begrensd door een steile helling; bovenaan die helling bouwt iemand anders een huis en Max ontdekt dat het een gevluchte nazi is, die verantwoordelijk is voor de dood van de vrouw die hij liefhad te midden van de bontjassen. Max, een heel aimabele en rustige figuur, ontsteekt in een stille woede, als ik mijn geheugen nog mag geloven, en maakt een eind aan het leven van zijn Duitse ‘bovenbuur’. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf, maar zijn geschiedenis wordt door de rechter meegewogen en daardoor krijgt hij na een paar jaar zijn vrijheid terug.

Ik leerde dat Moacyr Scliar uit een joodse familie stamt, die al vóór de Tweede Wereldoorlog emigreerde; Moacyr werd in 1937 in de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre geboren. Een terugkerend thema in zijn werk is de situatie van joden in de diaspora, gevlucht voor de toenemende jodenhaat en ook in hun nieuwe vaderlanden (Argentinië, Brazilië) nog steeds geconfronteerd met hun achtervolgers en moordenaars. Toen ik een halfjaar in Mariana verbleef, kwam ik in een leeszaal een ander boekje van Moacyr Scliar tegen, dat ik bijna in één adem uitlas en dat over hetzelfde thema ging: te moeten leven met het gevoel dat je als jood als het ware steeds je koffer gepakt moet hebben om à la minute te kunnen vluchten. De titel van dat boekje herinner ik me helaas niet meer.
Later dat jaar kruiste Moacyr Scliar opnieuw mijn pad, toen ik in de boekhandel (favoriete plek om de wachttijd te doden) op de luchthaven van Brasília zijn filosofische essay Enigmas da Culpa kocht, ook een mooi boek, een verhandeling over ‘schuld’, waaruit mij is bijgebleven een prachtige beschrijving van het verschil tussen schaamte en schuld. Deze verhandeling heeft Scliar ook nadrukkelijk geschreven tegen de achtergrond van zijn joodse afkomst.
Moacyr Scliar was lid van de Academia Brasileira de Letras. Een andere onderscheiding van zijn werk is het feit dat zijn boek O Centauro no Jardim, De centaur in de tuin, in de VS is opgenomen op een lijst van de honderd beste boeken met een joods thema uit de laatste tweehonderd jaar. Dat boek is ook het enige dat in het Nederlands is vertaald. Veel meer van zijn boeken zijn in tal van andere talen verschenen.

Op de dag dat het overlijden van Moacyr Scliar wereldkundig werd (ik las het op internet) las ik later in NRC Handelsblad dat ook een andere door mij hooggewaardeerde schrijver, Frans van Hasselt, is overleden. Hij was héél lang, tot zijn dood, de zeer toegewijde correspondent van de NRC in Griekenland. De kop boven zijn in memoriam luidde: ‘Geraakt door iets Grieks dat hem niet meer losliet’. Dat gevoel kennen velen, als het om Griekenland gaat of om Brazilië!

NRC Handelsblad recenseerde in 1995 De centaur in de tuin: http://tinyurl.com/4ppqwbp. Met dank aan Bert Ernste voor de link.

Op de foto, gekopieerd uit de Wikipedia: Moacyr Scliar.

2 gedachten over “In memoriam: Moacyr Scliar (1937–2011)”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *