Memorie 16: Een nacht in de kelder

Sittard, waar ik vrijwel mijn gehele jeugd doorbracht, meende op de avond van 18 september 1944 te zijn bevrijd door de Amerikanen. Het gerucht ging dat het vijf kilometer zuidelijker gelegen Geleen die dag was bevrijd en er hing al enige tijd een gespannen stilte. Op het kruispunt waar wij woonden, waar het verkeer uit de richting Maastricht naar het Noorden zich samenvoegde met het verkeer uit de richting Heerlen, had zich een schare gevormd van mensen die hoopten de eerste bevrijders te kunnen verwelkomen. Ineens verscheen er een Amerikaanse militair op een motorfiets die vroeg of iemand de Amerikanen de weg wilde wijzen. Een jonge man, van wie meteen werd verteld dat hij met hetzelfde gemak met de Duitsers had aangepapt, stapte achter op de motor en weg waren ze. Er kwam een rood-wit-blauwe vlag tevoorschijn die breed werd uitgespannen over de weg.

Toen verscheen plots uit het niets een motor met Duitse militairen, die om zich heen begonnen te schieten. De mensen stoven alle kanten op, een dertig Sittardenaren zochten een heenkomen in ons huis, waar ze uit veiligheidsoverwegingen in de kelder werden verzameld. Ik begreep dat iemand voor dood op straat was blijven liggen, met het gewenste resultaat: de Duitsers besteedden geen aandacht meer aan hem en toen ze verdwenen waren kwam hij overeind.

Met ruim dertig mensen – het gezin van mijn ouders telde toen al acht personen – in een kelder waar hoofdzakelijk niet-dagelijks gebruikte spullen werden opgeslagen is het niet eenvoudig om de sfeer een beetje ontspannen te houden. Mijn vader was vindingrijk in zulke situaties en in een eveneens naar binnen gevluchte Rode-Kruismedewerker had hij een goede maat. Op zolder – en dat wilde zeggen twee dubbele trappen op – stond wat tegenwoordig een diaprojector heet en destijds bij ons filmstrookprojector werd genoemd, de opvolger van de toverlantaarn. Mijn vader was er zeer bedreven in om met een vracht aan filmstroken met ‘lantaarnplaatjes’ een grote groep een hele tijd aan de witgekalkte muur annex projectiescherm te kluisteren.

Toen mijn vader en zijn Rode-Kruiskameraad zo ongeveer op zolder moesten zijn joeg een werkelijk enorme knal, zoals ik die nog nooit had meegemaakt, de in de kelder verzamelden in de verste hoek en ik vreesde voor het leven van mijn vader, wat in de oorlog al vaker het geval was geweest.

Naderhand hoorden we dat een Amerikaanse tank op het kruispunt linksaf was geslagen en vanuit de kelder van het Oranjehotel door een groepje van de laatste Duitsers met een pantservuist was beschoten.

Een tijdje later kwamen vader en de Rode-Kruisman ongeschonden en beladen met de projector en de filmstroken in de kelder terug. In de loop van de nacht hebben we gekeken naar beelden over insecten, over Bijbelse verhalen, over cultuurschatten en geschiedenis. Het werkte zo te zien prima, want de spanning  in de groep bleef binnen de perken.

Toen de ochtend van 19 september aanbrak keken we voorzichtig door de ramen op de begane grond. Een Duitse soldaat stond op wacht op het kruispunt. We waren nog niet écht bevrijd. Eén voor één verlieten onze gasten de kelder en ons huis.

In de loop van de dag verdwenen de Duitsers in het niets en ’s avonds trokken Amerikaanse infanteristen langs ons huis de stad in. Toen brak er echt een volksfeest uit. Een arts uit de kennissenkring van mijn vader kwam met een paar Amerikaanse sigaretten aan. Mijn vader, toen al 39 jaar oud, had nog nooit gerookt. Maar de arts zei: dit is zo totáál anders, dit móet je geproefd hebben. Sindsdien is mijn vader blijven roken, sigaretten, sigaren en een pijp.

Wat we toen nog niet wisten, was dat we in de maanden daarna vele nachten in de in allerijl ingerichte kelderruimte zouden slapen. De Amerikanen stopten in Sittard hun tocht naar het noorden, om in oostelijke richting Duitsland zelf in te trekken. Met een stuk geschut dat ergens ten noorden van Sittard verdekt was opgesteld probeerden Duitsers het strategische kruispunt bij ons huis onbruikbaar te maken. Ze schoten altijd mis: de eerste granaat sloeg een enorme krater in onze voortuin, een andere ketste op de stoep naast ons huis en vernielde luiken die onze keuken beschermden. ‘s Morgens werd dat stuk geschut aan het oog onttrokken, zodat we overdag gewoon op de begane grond konden leven. Maar elke avond daalden we de keldertrap af om redelijk beschermd te slapen.

4 gedachten over “Memorie 16: Een nacht in de kelder”

  1. Constant, het is weer heel beeldend. ik zie het kruispunt, kelder en zolder zo voor me!
    volgens mij is er zelfs een scherf van die granaat in Frans wiegje terecht gekomen?

    1. Inderdaad, Jenneken. Die eerste granaat ontwortelde de vlaggenmast in de voortuin en een scherf boorde zich in een poot van de wieg van onze broer Frans in de slaapkamer van vader en moeder.

  2. Ineens bedenk ik me dat het Oranjehotel toen helemaal niet zo heette. Alle namen die naar het koningshuis verwezen, waren in de oorlog veranderd. Maar hoe heette het hotel tijdelijk in de oorlog? Mijn geheugen schiet tekort. Misschien hotel Valkenburg? Wie het nog weet, spreke!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.