Tagarchief: Alberts

Memorie 42: Ineens was-ie er: de balpen

Schermafbeelding 2014-03-04 om 14.11.15
Beschermende doppen van Reynolds balpennen; illustratie gevonden op internet

Mijn vader heeft veel van zijn voorkeuren en fascinaties aan mij overgedaan. Zo ben ik net als hij niet uit boekwinkels en gereedschapwinkels weg te slaan. Met liefde denk ik terug aan zulke winkels uit mijn jeugd. In Sittard stapte ik graag binnen bij Kleikamp, de gereedschaps- en ijzerwarenwinkel die in verschillende opzichten (bouwstijl van ex- en interieur bijvoorbeeld) iets van een tempel had. Ik herinner mij veel hout in het interieur, zoals bij veel winkels in die tijd en een groot aantal artikelen die er boven je hoofd hingen. Dat laatste kwam ik recent hier in Brazilië op dezelfde manier tegen in een ouderwetse ijzerwarenwinkel. En overal om je heen ladders, stapels emmers (in mijn jeugd vooral van zink) en kasten met laden. Tegenover Kleikamp had je een andere winkel met ijzerwaren, die zich onderscheidde door de etalages aan de straat. Ik schreef al eens over de olielampen die daar verschenen toen de elektriciteit was uitgevallen, ‘voor als het licht uitgaat’ (Memorie 30, 15 augustus 2012).
Maar de winkel die ons het liefst was, was Het Boekhuis. Ook voor boekhandel Alberts hadden we een zwak, maar in mijn herinnering was Het Boekhuis meer dan Alberts tevens kantoorboekhandel. Overigens was het in die jaren heel gebruikelijk om van de boekhandel een of meer zojuist verschenen boeken ‘op zicht’ te krijgen. Als je zorgde dat ze als nieuw bleven, mocht je er thuis in bladeren, om te beoordelen of je het de moeite waard vond.
Op en achter de toonbank van Het Boekhuis kon je je verlustigen aan een keur van artikelen die het leven thuis en op school gemakkelijker konden maken. Pennen en (kleur)potloden namen voor ons een speciale plaats in. Als er op dat gebied iets nieuws was, genoten we ervan als we van mijnheer Hagenaars, de eigenaar van de winkel, er even mee mochten oefenen of spelen.
Op een dag kwam mijn vader thuis met het nieuwste van het nieuwste op schrijfgebied: de vulpen waar je geen inktpot bij nodig had om hem te vullen. Hij liet ons een balpen zien van het merk Reynolds. Het was een pen waarbij het schrijvende uiteinde kon worden ‘opgeborgen’ door er een omhulseltje overheen te schuiven. Dat bleek geen luxe, want de inkt in het ingebouwde patroon werd, als het warm was, dun. Op een kwade dag kwam vader thuis met een inktvlek in zijn colbertje, op de plaats van zijn Reynolds. Het kapje om de penpunt had zichzelf omhoog gewerkt en daardoor had de inkt vrij spel gekregen.
Het waren geen echt goedkope pennen, de eerste ballpoints, zoals ze in het Engels heetten. Het was een hele gebeurtenis toen een klasgenoot op het gymnasium er een bleek te bezitten. Maar het duurde nog een tijd voordat de school aan de leerlingen toestond de traditionele vulpen in te ruilen voor de balpen. Wij waren er wel meteen gek op, omdat je er behalve schrijven ook goed mee kon tekenen.
In die tijd dachten we dat Reynolds, het eerste merk dat de Sittardse boekhandel bereikte, de balpen had uitgevonden. Maar internet las ons vele jaren later de les: de pen was een vooroorlogse uitvinding van de Hongaar Biró, die er in Argentinië patent op kreeg. Reynolds zag zo’n pen in Buenos Aires en maakte hem na, kennelijk zonder zich aan het patent te storen. Nu verdienen Amerikaanse bedrijven kapitalen aan de patenten die ze met hand en tand tegen anderen verdedigen.