Tagarchief: gevangenis

Memorie 24: Eenmalige ontmoetingen

Een in Nederland wonende Amerikaan, die een deel van zijn leven in New York City had gewoond, vertelde me eens het een en ander over die stad. Hij had er geen heimwee naar, maar hij had er wel bepaalde goede herinneringen aan. Eén van de fijne dingen van New York, vertelde hij, is dat je er anoniem kunt zijn en blijven. In de tijd dat hij er had gewoond, was hij meermalen in een willekeurige kroeg met een andere gast aan de praat geraakt, met iemand die hij helemaal niet kende en met wie hij toch intieme zaken uit hun beider levens had uitgewisseld. Hier zou je dat niet doen, zei hij, want de kans is niet uitgesloten dat je elkaar nóg eens tegenkomt of dat de ander iemand ontmoet die jou ook blijkt te kennen. Maar in New York, daar was hij heilig van overtuigd, zou je elkaar nooit opnieuw ontmoeten als je daar niet nadrukkelijk op uit was. Je kon je ziel en zaligheid geheel op tafel leggen zonder er bang voor te hoeven zijn dat de ander er kwaad mee kon.
Ik moest daaraan denken toen ik door iets anders werd herinnerd aan een periode in mijn leven waarin ik veel liftte. Ik studeerde in Amsterdam en ging in het weekend vaak naar mijn ouders in Sittard of naar een vriendin in Eindhoven. Ik ontmoette veel verschillende mensen die mij een lift gaven omdat ze liever niet alleen in de auto zaten, of omdat ze dachten: help die arme sloeber maar een eindje op weg, of omdat ze zin hadden in een praatje.
Eén van de automobilisten die me de zitplaats naast zich aanbood, vertelde over zijn werk. Hij was vertegenwoordiger in schoenen en reed als zodanig het hele land door. Een probleem in zijn werk was dat hij vaak uitnodigingen kreeg om namens zijn firma acte de présence te geven bij de opening van een nieuwe of gemoderniseerde schoenwinkel. Daar werd steevast gedronken en natuurlijk ook of vooral alcohol. Hij wilde niet uit de toon vallen en dronk een biertje, een glas wijn of een borrel mee, en het bleef niet altijd bij één glas. Een paar maal was hij daarna in de val van een alcoholcontrole getrapt en hij was ook een paar maal veroordeeld. De laatste keer, vertelde hij mij, moest hij twee weken ‘zitten’. Nu is twee weken niet zó lang, vond hij, maar twee weken doelloos doorbrengen in de gevangenis had hij als zo nutteloos en zo vernederend ervaren dat hij zich had voorgenomen alleen nog maar jus d’orange te drinken als hij nog moest rijden. Hij vertelde het me op zo’n dringende manier dat ik de indruk kreeg dat hij mij, zo jong als ik nog was, wilde waarschuwen het nooit zover te laten komen. En ik kon me ook niet helemaal aan de indruk onttrekken dat hij het af en toe even van zich af wilde praten, en dan is het fijn als er iemand naar je luistert die je niet nóg eens zult tegenkomen. Ik ben die ontmoeting nooit vergeten, omdat ik me kon voorstellen dat in zijn situatie het niet gemakkelijk is de alcohol te laten staan als iedereen om je heen tegen je zegt: ach joh, één glaasje maar. In de tweede plaats omdat hij zich bij mij kennelijk genoeg op zijn gemak voelde om zijn verhaal te vertellen. En in de derde plaats omdat het voor mij een vroeg voorbeeld was van het voordeel van de anonimiteit waar mijn Amerikaanse vriend me veel later over sprak. Ik merkte toen ik uit zijn auto stapte, dat het nadrukkelijk een band had geschapen, in anonimiteit notabene.