Tagarchief: oba

Memorie 5 – Nieuw: Pindakaas!

De Amerikaanse militairen die ons in september 1944 in Limburg bevrijdden, brachten allerlei dingen mee die nieuw voor ons waren. Maïs bijvoorbeeld, voorgekookte korrels in grote kakikleurige blikken. Veel van hun levensmiddelen kwamen uit blik: jam, kaas, boter, corned beef. Nieuw voor mij was kauwgom, in plakjes, waarvan ik eerst nog niet wist wat je ermee moest.

Vrijwel meteen viel ik op pindakaas; die had ik misschien vóór de oorlog weleens geproefd, maar dat was ik dan vergeten. De eerste pindakaas kwam uit zo’n groen blik; Peanut Butter stond erop. Naderhand waren er aardige Amerikaanse families die ons potjes pindakaas stuurden via de pakketpost. Meestal waren het de dozen waarin de potjes met twaalf tegelijk uit de fabriek kwamen, die in pakpapier waren gewikkeld. Het was een wonder als ze onbeschadigd aankwamen. Meestal waren enkele potjes beschadigd. Het was mijn vaders eer te na om die weg te gooien. Dus spreidde hij een theedoek op de tafel uit, zette een potje met versplinterde buitenkant vóór zich en begon met engelengeduld en een theelepeltje de pindakaas met glassplinters weg te scheppen, tot hij er zeker van was dat er geen splintertje meer in de pindakaas was te bekennen. Dat het geen peanuts waren kan ik je verzekeren. Misschien is het te danken aan de moeite die mijn vader heeft gedaan om de pindakaas te redden dat ik zo’n sterke band met die lekkernij heb ontwikkeld.

Overigens werd de pindakaas gedeeld met vrienden en bekenden.

Op internet zocht ik een plaatje van pindakaas uit de VS in oorlogstijd, maar ik vond het niet. Wel een aandoenlijk verhaal van een Amerikaan die als jong soldaat bij de aalmoezenier diende en gewonden liet aansterken met Frans stokbrood belegd met pindakaas: <http://med-dept.com/testimonies/floyd_freeman.php>

Memorie 4 – Een kilometer, hoe ver is dat?

Als kind probeer je je een voorstelling te maken van afstanden om daar in de rest van je leven een houvast aan te hebben. Een kilometer, dat zijn duizend meters, leerde je op school. Een meter, dat wist je van moeders centimeter. Maar duizend meters? Ik mocht een keer met een oom mee in de auto en door de kilometerteller in de gaten te houden leerde ik dat ik in Sittard vanaf ons huis bij de kruising van Rijksweg en Wilhelminastraat tot aan de Geldersestraat moest lopen om een kilometer af te leggen. Nu nog denk ik daaraan als ik me de afstand van één kilometer voorstel.

Van de ANWB-wegwijzer tegenover ons huis leerde ik dat de afstand van Sittard naar Maastricht 21km is en van Sittard naar Heerlen 16km. Tot Brunssum was het op de fiets een kilometer of tien, bij de kruising in Amstenrade had ik er al acht achter de rug. Naar Roermond, waar mijn eerste vriendin woonde, fietste ik op zondag 26km en in Echt was ik op 13km precies halfweg; vooral op de terugweg was het fijn te weten dat je er al de helft op had zitten.

Zo werden in mijn jonge jaren de piketpaaltjes uitgezet waarmee ik me in de rest van mijn leven op afstanden oriënteerde.

Memorie 3 – Anton Philips

Omstreeks 1964 werkte ik af en toe samen met een directeur van een Amsterdams reclamebureau die aan het begin van zijn carrière bij Philips had gewerkt. In een gesprek stak hij een beetje de draak met het toen nog in opkomst zijnde Engelse spraakgebruik in zijn vak. Hij vertelde dat de reclame- en verkoopafdelingen bij Philips van tijd tot tijd presentaties van hun plannen gaven. De grote baas, dr Anton Philips, liep in die tijd nog rond door het bedrijf en schoof af en toe ergens aan. Dat gebeurde ook bij zo’n presentatie. Een van de jonge marketinggoden begon een uiteenzetting over plannen op het gebied van household appliances. Anton Philips stond op de achterste rij even op en vroeg: wat zei u? ‘Household appliances, mijnheer Philips’, antwoordde de spreker. Wát zei u?, herhaalde Philips. ‘Eh, huishoudelijke apparaten, mijnheer Philips.’ Dank u, zei Philips en ging weer zitten.

Memorie 2 – Nog meer schoonmaak

Morgen is het 20 april, de verjaardag van mijn vriend Peter Adriani. Wij leerden elkaar in Driebergen in de politiek kennen, verloren elkaar snel uit het oog en ontmoetten elkaar opnieuw in de redactie van het Tijdschrift voor Jeugdhulpverlening. Ons kantoor in Utrecht werd er grondig schoon gehouden door mevrouw Koopman, die ook op 20 april jarig was en die daarom in mijn geheugen zit vastgeknoopt aan Peter Adriani. Vandaar dat ik nu aan haar denk.

Mevrouw Koopman was in hart en nieren Utrechtse en Nederlandse. Ze kon zich niet voorstellen dat iemand tevreden was met een warme maaltijd waar geen aardappels en vette jus deel van hadden uitgemaakt. Dat ik vegetariër was en liever rijst dan aardappels at, accepteerde ze alleen omdat we dikke vrienden waren.

Het was in de jaren dat zich geleidelijk een milieubewustzijn ontwikkelde, ook op ons kantoor. Maar mevrouw Koopman kon het allemaal gestolen worden. Ik herinner me van haar het overvloedig gebruik van bleekwater. We dronken thee uit een witte porseleinen pot en die had van binnen een gezonde bruine aanslag gekregen. Maar mevrouw Koopman had nog nooit gehoord dat de thee daardoor beter ging smaken; voor haar was het vuil dat ze te lijf moest gaan. Dus kwam ze ons een keer trots de hagelwitte theepot laten zien die ze een beurt met bleekwater had gegeven. Het duurde een poosje voordat we de thee weer met plezier dronken.

Voor de aardwormen in de achtertuin was er geen sprake meer van een poosje. Toen mevrouw Koopman het stoepje met bleekwater had geschrobd, was het onkruid weg, maar de wormen kwamen half-verteerd bovengronds. Wij verbleekten kennelijk zo sterk dat het bleekwater sedertdien minder gretig werd gebruikt.

In tegenstelling tot de wormen kan ik nog steeds met warmte terugdenken aan de vriendschap met mevrouw Koopman, waarvan akte op haar verjaardag.

Memorie 1 – Lodalientje

In een gezin met acht kinderen was de afwas altijd een klus om flink tegenop te zien. Mijn ouders bepaalden na de avondmaaltijd wie de klus zouden klaren, waarna mijn vader zich met de krant terugtrok op het toilet en mijn moeder in een stoel bij de kachel ging zitten. Van de oudste kinderen moest er één dringend huiswerk maken, de ander naar het andere toilet en wie niet snel een smoes bij de hand hadden, waren de klos. In de keuken werden de drie rollen verdeeld: de afwas, het afdrogen en het opruimen. De afwas had het voordeel dat je het eerste weer klaar was, het opruimen was favoriet omdat je er pas later aan hoefde te beginnen en misschien kon je het tegen die tijd wel zijn vergeten.

Afdrogen dus, dat was aanpoten. Het aanrecht was klein en als je niet opschoot, kreeg je commentaar van de afwasser die de spullen niet kwijt kon. Op mijn ziekbed had ik als roodvonkpatiënt in mijn schetsblok een afwasmachine ontworpen, maar daarmee was ik de tijd tientallen jaren vooruit.

Er gloorde hoop toen ineens Lodalientje verscheen. Glazen literflessen (plastic bestond nog niet) met een wat zeepachtig middeltje waarvan je een scheutje in het afwas- of spoelwater deed. Dat had, als het goed was, tot effect dat het water van het serviesgoed in het afdruiprek droop. Ha, we hoeven niet meer af te drogen! Maar er bleken blauwige strepen op glazen en borden achter te blijven, zodat er toch nog wat viel af te drogen. Alleen de theedoeken raakten minder snel doorweekt.

Het spul kwam uit de Lodafabriek, waarvan ik me meen te herinneren dat hij in Breda stond, althans in West-Brabant. Het etiket leek te zijn ontworpen met de lineaal: recht- en driehoeken, als ik het me goed herinner. Het schort van Lodalientje die op het etiket stond af te wassen wees stijf naar achteren. De kleuren van het etiket: groen en rood, als mijn herinnering me niet bedriegt.

Dit weblog verandert

Dit weblog ben ik begonnen om af en toe iets te schrijven over wat ik van (de gang van zaken in) Nederland vind. Ik heb daartoe maar een enkele keer de behoefte gevoeld, ook omdat ik de indruk kreeg dat maar heel weinig mensen mijn schrijfsels voldoende de moeite waard vonden om ze te lezen.

Mede door het weblog van mijn vriend Bert Ernste (van harte aanbevolen: http://berternste.wordpress.com/) had ik af en toe ook wel de lust wat herinneringen vast te leggen. Dat ga ik nu ook op dit weblog doen.

De inhoud wordt dus wat gevarieerder en ik hoop hier vaker van me te laten lezen.

Mijn ‘Braziliaanse’ weblog blijft gewoon bestaan: http://constantino-c.blogspot.com/

Een abraço van Constant•ino