Tagarchief: spelletje

Memorie 43: Vijf minuten

Vijfminuten

Nee, ‘vijf minuten’ slaat hier niet op de verwachte leestijd van deze herinnering. Ik ga er nog gewoon vanuit dat u na een paar regels wel zult besluiten of u het de moeite waard vindt door te lezen. Als u er daarna mee ophoudt, zal het u een zorg zijn hoe lang het lezen van de hele herinnering zou hebben geduurd en als u het de moeite waard vindt door te lezen zal het u ook worst wezen of het u vijf of twintig minuten gaat kosten.
Die ‘vijf minuten’ komen vaak bij me boven als ik me herinner hoe onze avonden er uitzagen in mijn jonge jaren. Het is bijna niet meer voor te stellen, maar ik kom uit de tijd dat er nog geen televisie was. Wij luisterden veel naar de radio (bonte avonden en hoorspelen waarbij je dicht op de luidspreker kroop om maar niets te missen), besteedden beduidend meer tijd aan de krant dan nu gebruikelijk is, we hadden vaak veel huiswerk te doen, we lazen een boek, luisterden naar verhalen en ervaringen van onze ouders. En als er wat later op de avond tijd over was, dan kwam er een kladbloc op tafel met wat pennen of potloden en wierpen we ons op vijfminutenspelletjes. Iemand prikte dan ‘blind’ in de krant en de letter onder de penpunt vormde het uitgangspunt om in vijf minuten bijvoorbeeld zo veel mogelijk aardrijkskundige namen met die letter te bedenken, eventueel alleen van steden en dorpen, of van rivieren en andere waterlopen. “Rivieren met een R!” Rijn, Roer, Rhône, … Kleuren, levensmiddelen, boektitels, bijbelse namen, merken van vervoermiddelen, de mogelijkheden waren legio. Als de wekker de vijf minuten afbelde won mijn vader vrijwel altijd qua aantal. Hij had zo’n arsenaal van woorden en begrippen in zijn hoofd dat er voor ons niet aan viel te tippen, maar je voelde jezelf al een bolleboos als je een woord had bedacht dat op vaders lijst niet voorkwam.
We deden die spelletjes aan de eetkamertafel, die groot was omdat mijn ouders acht kinderen hadden en er vaak nog een kennis of een collega van vader aanschoof die in Sittard van de trein moest overstappen op de tram of de bus en de wachttijd bij ons kwam doorbrengen. ’s Avonds was die tafel voor moderne begrippen heel schamel verlicht. We hadden een lampekap boven de tafel hangen die erop gemaakt leek zoveel mogelijk licht op te slurpen. De stof waarmee de kap was bekleed was donker, aan de rand hing een gordijn van draadjes. Er viel eigenlijk dus maar een heel beperkte kring van licht op de tafel. Daarbuiten was de woonkamer behoorlijk donker, wat af en toe zorgde voor ongenode gasten, zoals het muisje dat ik ineens over de brede Bi-ampli radio zag trippelen. Het was een beetje de sfeer van Van Goghs aardappeleters, alleen minder triest.
Ik herinner me nog goed hoe verbaasd we waren toen Philips lampen begon te propageren die ervoor zorgden dat een hele woonkamer gelijkmatig en gezellig werd verlicht. Eerst zagen we er plaatjes van in catalogi, vervolgens keken we onze ogen uit in de showrooms van Goed Wonen in de Amsterdamse Leidsestraat. Dankzij dat nieuwe ‘lichtevangelie’ leken huizen en woonkamers ineens groter te worden. Meubelontwerpers, fabrikanten van woonaccessoires, stoffenfabrikanten, ze leverden allemaal een aandeel in de modernisering van het binnenhuis. In de termen van een vijfminutenspelletje: Pastoe, Pilastro, De Ploeg en Philips, ze zorgden voor de Verlichting in het wonen.